Zowel als facilitator als als projectmanager werk ik vanuit neutraliteit.
Niet omdat het me niets kan schelen, maar omdat het mijn vak is.
In beide rollen werk ik binnen kaders. Als projectmanager zijn die kaders vaak helder en meetbaar: tijd, geld en kwaliteit. Als facilitator zijn de kaders minder strak, maar minstens zo belangrijk: veiligheid, gelijkwaardigheid, ruimte voor alle perspectieven en een zorgvuldig proces.
Jarenlang voelde dat logisch en stevig. Tot ik merkte dat die professionele neutraliteit begon door te werken buiten mijn werk.
Neutraliteit als geoefende vaardigheid
Het afgelopen jaar volgden mondiale spanningen elkaar snel op. Conflicten stapelden zich op, thema’s wisselden elkaar in hoog tempo af en grote vraagstukken met langetermijnimpact — zoals klimaatverandering en migratie — werden vooruitgeschoven of ontkend.
Steeds vaker voelde ik de neiging om me uit te spreken. Over het conflict in Gaza bijvoorbeeld. Maar ik deed het niet.
Ik vertelde mezelf dat het niet paste binnen mijn zakelijke communicatie. Dat is deels waar en deels een rationalisatie. Wat er namelijk ook gebeurde, was dat ik deed waar ik goed in ben: alle perspectieven onderzoeken. Lezen. Luisteren. Begrip opbouwen. Context zoeken.
Dat is een essentiële vaardigheid in faciliteren, gespreksleiding en verandermanagement. Maar als je die houding altijd aanhoudt, gebeurt er iets anders.
Als je maar vaak genoeg de goed onderbouwde argumenten van alle kanten leest, denk je vanzelf: “ja, als je het zo bekijkt…”
Langzaam vervaagt niet alleen je mening, maar ook je urgentie om te handelen.
Wanneer neutraliteit doorsijpelt
Ik herkende dit patroon ook in alledaagse gesprekken. Over discriminatie of feminisme ben ik vaak degene die onderzoekt:
“Weten we zeker dat dit discriminatie was?” “Zou het ook onhandigheid kunnen zijn?” “Dit is het tijdgewricht waarin iemand is opgegroeid en veranderen is moeilijk.”
Dat is geen standpunt. Dat is gespreksleiding.
Soms liet ik gesprekken zelfs volledig voorbijgaan, omdat ik vond dat ik mijn eigen positie nog onvoldoende had onderzocht. Terwijl ik ook had kunnen zeggen: “Ik weet het nog niet, kunnen we dit samen uitzoeken.”
Maar dat voelt ingewikkeld. Als facilitator is het niet mijn rol om mezelf mede-eigenaar te maken van de inhoud. Als projectmanager kan dat wel, maar vooral wanneer het gaat over afwegingen binnen de afgesproken kaders. Voor de inhoudelijke onderwerpen zitten professionals aan tafel die samen het gesprek voeren, onder mijn leiding.
Langzaam begon ik te merken dat mijn professionele houding steeds vaker automatisch werd. Ook op momenten waarop ik wél iets had kunnen zeggen.
De balans die zoekraakte
Wat me raakte, was niet zozeer twijfel, maar het gevoel dat actie nodig is. Dat ik iets te brengen heb, maar niet meer goed wist wanneer ik uit mijn neutrale rol mocht stappen.
Tegelijkertijd groeide mijn verlangen om mijn kennis en ervaring in te zetten op grotere maatschappelijke vraagstukken. Niet als activist, maar als professional. Daarom staat in mijn jaarplan dat ik onderzoek hoe klimaatverandering en migratie (en hun onderlinge samenhang) invloed hebben op hoe we onze ruimte gebruiken en samenleven.
Neutraliteit is vakmanschap zolang het het gesprek dient. Maar als het maakt dat ik mezelf niet verdedig, onduidelijk communiceer of me terugtrek, wordt het onprofessioneel. Dan is het geen neutraliteit meer, maar uitstel.
Wat er verandert als ik positie inneem
Wat ik zie als ik wél positie inneem, is dat het gesprek beter wordt. Het mag schuren. Of ik ontmoet mensen met eenzelfde drijfveer, en er ontstaat samenwerking.
Het afgelopen jaar koos ik mijn opdrachten bewuster op maatschappelijke relevantie. En wat me opvalt: samenwerken aan vraagstukken rond migratie, klimaat of ruimtelijke verandering voelt fundamenteel anders dan werken aan een hotel of een rotonde.
Niet omdat die projecten minder belangrijk zijn, maar omdat ik een persoonlijke drijfveer voel. En als iedereen in een team zo’n drijfveer heeft, wordt samenwerken sneller, duidelijker en meer samen de schouders eronder. Dat is waar ik energie van krijg en wat ik steeds vaker mis in onze samenleving.
Neutraliteit met waarden
Als gespreksleider blijf ik neutraal in het gesprek. Dat is en blijft de basis. Maar mijn waarden mogen zichtbaar zijn. Ik kan mijn passie inzetten door nieuwsgierige, scherpe vragen te stellen, zonder mijn mening centraal te maken. De onderwerpen waaraan ik werk blijven daarmee gelijk, juist omdat ze me intrinsiek interesseren. Mijn mening doet er in het proces niet toe. Mijn betrokkenheid wel.
Wat spannend blijft, is de angst om weerstand op te roepen. Als ondernemer wil ik benaderbaar blijven. Tegelijkertijd wil ik werken aan wat ik belangrijk vind. Die spanning is reëel. Ik geloof dat ik vanuit mijn waarden positie kan innemen én open kan blijven voor gesprek. Met een vriendelijke toon, zonder iedereen te willen overtuigen. En met de keuze om niet samen te werken met mensen als we de drijfveer niet bespreken.
Misschien is dat de kern:
neutraal zijn in het proces, maar niet neutraal over wat ertoe doet.